Stel je voor: Je zit op een mooie zomeravond te bbq’en met wat goede vrienden. Het vlees ligt heerlijk te sudderen op de grill, en je wijntje smaakt voortreffelijk. De sfeer is uitgelaten en jullie zitten gezellig te keuvelen over Boer zoekt Vrouw enzo. Een van je vrienden staat op, waarschijnlijk voor een toiletbezoek. Tevreden prik je een hapje van de heerlijke salade van de buurvrouw. Ja, het is goed toeven hier! Je kijkt vreemd op als de vriend van het toiletbezoek ineens voor je staat. Hij heeft zijn kekke shirt met cactus-print verruild voor een oud en vuil exemplaar. Over zijn linkerschouder heeft hij een handdoek geslagen en in zijn handen heeft hij een teiltje water. Hij zet het water voor je neer, zakt door zijn knieën en pakt je linkervoet bij de hiel om je slipper uit te doen. Je kijkt verbaast op ‘m neer. Te perplex om te reageren. Je voelt hoe hij je voet in het teiltje water laat zakken. Het water is heerlijk warm. O zo aangenaam! Je wilt je bijna ontspannen, maar het ongemakkelijke gevoel wint het van de overgave. Waar is hij in hemelsnaam mee bezig? Doe normaal joh! Kom sta op! Drink nog wat met me!
Zoiets moeten de leerlingen zo’n 2000 jaar geleden ook gedacht hebben. Het ene moment zaten ze samen onbezorgd te genieten van een heerlijke maaltijd – het andere moment wordt hen de voeten gewassen door een van de tafelgenoten. En dan niet zomaar een van de tafelgenoten, maar Jezus. Hun Heer en Zoon van God. Waarom zat hij daar zo ineens? Als een slaaf aan hun voeten?
Het eerste gevoel dat in je opkomt is vernedering. Maar vernedert kun je alleen jezèlf voelen, als een ander je iets aandoet. En Jezus doet zijn leerlingen nu niet bepaald iets aan. En hemzelf wordt evenmin iets aangedaan. – Het gekke aan de voetwassing is nu juist dat Jezus deze zèlf initieert. Er is niemand die hem vráágt om een voetwassing. Toch geeft hij zijn leerlingen het gevoel dat zij hèm vernederen, door zichzelf klein en minderwaardig op te stellen aan hun voeten. Waarom doet hij dat? En nog interessanter is de vraag: Waarom doet hij dat eigenlijk uitgerekend op de avond voor zijn lijden?
Jezus is een man die de geschiedenis is ingegaan als verkondiger van het Woord van God. Over het algemeen was hij dan ook vooral een man die verhalen vertelde, veelal in de vorm van parabels. Denk maar aan het verhaal over de Verloren Zoon of die over de Barmhartige Samaritaan. Jezus gebruikte verhalen om het Woord van God begrijpelijk te maken voor mensen. – In vergelijking met deze verhalen en parabels, staat de voetwassing van vanavond in een groot contrast: want waarom zei Jezus niet gewoon wat hij bedoelde? Wat hij zijn leerlingen absoluut mee wilde geven, voordat hij de kruisweg zou aanvangen?
Eigenlijk is de voetwassing een parabel “aan den lijve”. Door zijn leerlingen niet te vertellen, maar letterlijk te laten voelen wat hij nog aan hen kwijt wilde, werd het Woord van God duidelijker dan in welke parabel dan ook. Door zijn leerlingen de voeten te wassen zei hij tegen hun: “Ik dien jullie. Ik ben op aarde gekomen om júllie te dienen. Net zoals jullie op aarde zijn om vóór alles elkáár te dienen. Elkaar lief te hebben”.
Het is de kern van ons geloof: de liefde. De liefde voor elkaar, die vóór alles zou moeten gaan. Maar dat is makkelijk gezegd. Want gek genoeg, zijn we doorgaans erg druk bezig met onszelf. Veel meer met onszelf dan met onze naaste. Het is ook nogal wat allemaal, het leven. Het leven binnen de tijd die ons is gegeven.
En dàt is nou juist het tweede facet dat dit evangelie zo sterk maakt:
Hoewel Jezus zich er terdege van bewust was dat zijn tijd bijna gekomen was, hield hij zijn zorgen over de volgende morgen vóór zich. Hij had er ook voor kunnen kiezen om het met zijn leerlingen te hebben over andere scenario’s. Hij had ze voor kunnen bereiden op wat komen zou.
In plaats daarvan besteedt hij de laatste uren van hun samenzijn aan het wassen van hun voeten. Hij legt zijn zorgen heel bewust niet bij zijn leerlingen neer. Nee. Vanavond, deze laatste avond, drukt hij hen nogmaals op het hart waarvoor zij bestemd zijn (en waarvoor wij allen bestemd zijn): “Was elkaar de voeten, zoals ik jullie de voeten gewassen heb”. Vrij vertaald: Dien elkaar en heb elkaar lief zoals ik jullie dien en liefheb.
Maar o! Dat is zoveel makkelijker gezegd dan gedaan!
En daar zijn we dan: dat is nu net de reden waarom Jezus het voor deze keer niet liet bij woorden. Hij voegde de daad bij het woord door hen de voeten te wassen. Met het plaatsvervangende schaamrood op de kaken zullen de leerlingen daar, die avond aan die tafel, met hun Heer aan hun voeten, als geen ander gevoeld hebben wat Jezus precies met deze geste bedoelde: Door jezelf niet te verheffen en beter te voelen dan de ander, maar de ander toegewijd te dienen en lief te hebben, zou de wereld een paradijs op aarde worden. Een wereld waarin we niet vooral heel erg druk zijn met onszelf, maar vooral met onze naaste. Dat we niet vooral onszelf maar vooral onze naasten zien. Echt zien. En dat niet alleen, maar dat we hen ook nog eens liefhebben. Het voordeel van de twijfel geven en tegemoetkomen. Omdat zij mens zijn. Net zo mens als jij.
(geschreven bij het Evangelie volgens Markus 14: 22-25 uitgesproken in de Sint Martinus Parochie op donderdag 13 april 2017 in Bovenkarspel)