De hoop van Kerstmis. Dat is nogal wat. De hoop. Waar hoopt u op? Een gelukkige afloop? Gezondheid? De komst van de redder? Een gezellig kerstfeest misschien? Mijn zoon hoopt vooral op dat laatste. “Ik ga morgen kerstmis vieren!” sprak ie gisteren kordaat. Bijna vier is ie. We zaten samen een broodje te eten. “Met wie dan allemaal?” vroeg ik, om het gesprek op gang te brengen. Maar hij bleef stellig en enkelt bij “Ik ga morgen kerstmis vieren.” Alsof het een boodschap betrof. Over “hoop” gesproken, die jongen heeft nog een hoop te leren. Want kerstmis is niet zomaar even wat. Iets wat je in je eentje doet. Daar bent u hier vanavond het levende bewijs van. U bent immers niet als enige door die kloeke deur naar binnen gekomen, kijk maar om u heen. Hoe heeft die kleine in die stal daar, dat toch voor elkaar gekregen?
Ik denk dat het is als het met dat kleine vlammetje van hoop uit de eerste lezing. We kennen het kerstverhaal natuurlijk uit de verhalen en de liedjes. Maar zo zoetgevooisd als dat klinkt, zo weinig sprookjesachtig moeten de momenten voor de geboorte van Jezus geweest zijn. Een lange reis, een sjokkende ezel, kilometers te gaan nog. Heimelijk in verwachting van de Zoon van God, ook dat nog eens. En dan- uitgeput, middenin de nacht, geen enkel bed te vinden. Ik hoor die aanstaande ouders door de eeuwen heen nóg mopperen: En dat allemaal voor die volkstelling? Waar zijn we nou eigenlijk helemaal mee bezig? En dan ineens, in die stal, in dat hooi, een Maria in de weeën, en momenten later ligt die kleine in haar armen. Na al die stress van die avond, die reis, die hele zwangerschap- Wat moet dat een verademing zijn geweest. Je kunt de oase van rust die over hen heen viel bijna aanraken.
Het brengt ons hier vanavond onder 1 dak. Dat moment. Wij, met onze eigen verwachtingen van deze kerstdagen, én de komst van die kleine daar in die stal. Een klein pakketje baby in wie grote verwachtingen lagen. De mensgeboren Zoon van die almachtige, ongrijpbare God. Het maakt ons even stil, brengt ons even thuis in deze vertrouwde kerk. Elk met onze eigen gedachten en redenen om hier te zijn vanavond. Maar toch- dat onvoorstelbaar kleine ventje. Het ligt daar als een vlammetje van hoop in de duisternis. Zo klein, zo kwetsbaar. Als het huilen zou, zouden wij het troosten. Als het honger had, zouden wij het te eten geven. Als het ongemak had, zouden wij dat wegnemen. De herders kwamen hem eren, de engelen zongen hem toe en zelfs de wijzen kwamen hem koesteren. En nu, eeuwen later, zijn die rollen omgedraaid. Als wij huilen, is Hij daar om ons te troosten. Als we honger hebben, kunnen we ons naar Hem wenden. Als wij ongemak ervaren, bidden wij Hem toe. Dat kleine vlammetje van Hoop daar in die kribbe, is uitgegroeid tot een onuitdoofbare vlam die er altijd zal zijn. Elk jaar weer. En wij zullen Hem welkom heten. Elk jaar weer. En even stil worden. Thuis komen, hier samen.
En is dat nou niet precies de hoop van kerstmis? Die samenkomst? Want niet alleen hier, maar ook daarbuiten komen mensen samen. Het wemelt van de kerstlichtjes, in de tuinen en de huizen, en aan de tafels komen nog eens talloze mensen samen. Om met elkaar te praten en te lachen. Elkaar te troosten, samen te eten. Zich thuis te weten.. Alsof de Heer via ons aan het werk is. In een vriendelijk gebaar, een glimlach, een omhelzing. Als je het zo bekijkt wordt dat sprankje hoop in die kribbe, als een baken in de nacht. Zonder dat we ons daar terdege bewust van zijn. Dat hoeft ook helemaal niet. De wegen van de heer zijn ondoorgrondelijk. Dat geldt voor m’n zoon evenzo, maar hij gaat wel mooi “kerstmis vieren”. Ik hoop u ook. Ik wens u een Zalig kerstfeest!
(geschreven bij het Evangelie volgens Lucas 2, 1-14 uitgesproken in de Sint Martinus Parochie op 24 december 2022 in Bovenkarspel)