Jahoor, daar staat ie, zien jullie ‘m? Hier, recht voor ons, op het altaar. The Pink Elephant in the Room, zoals ze aan de andere kant van het kanaal zeggen. De roze olifant waarover niemand durft te praten. Want: Wat zou jij doen. Kijk eens even in je hart. Eerlijk zeggen. Wegkijken? Doorlopen? Of blijf je staan om te zien of je kunt helpen?
Ik zal ’t even concreet maken: Stel, je fietst vanavond laat, waarschijnlijk na middernacht, op huis aan. En onderweg zie je in de verte iets liggen. Je denkt hè, wat is dat nou? Je nadert en ziet dat daar iemand ligt, onmiskenbaar. Op de stoep. Stil. Slag in de band. Dat is niet goed gegaan, dat zie je zo. En daar komt ie dan, die Ene Vraag: Wat doe je? Is it none of your business? Trap je snel door? Of stap je even af om te kijken of je iets kunt betekenen?
Dit voorbeeld klinkt misschien een beetje misplaatst, rechtstreeks naar West-Friesland gehaald in een tafereeltje die ons allen niet onbekend voorkomt. Maar het is precies als met die Samaritaan. Wat ligt daar precies? Is het een votje? Of- is het een mens? Je medemens?
Ho maar wacht even, wat is een Samaritaan eigenlijk? Wat doet uitgerekend hij daar in het evangelie? We kunnen uit de tekst wel afleiden dat het geen bekende is. Een vreemde zelfs. Geen christen. Weet je, ik heb het maar even opgezocht. De term “Samaritaan” verwijst blijkbaar naar iemand uit Samaria, dat is een gebied in het oude -komtie- Palestina. “In die tijd” -aldus Google- was er veel vijandigheid tussen de Joden en de Samaritanen – ze vermeden elkaar, vertrouwden elkaar niet en keken vaak op elkaar neer.
Dus- het gaat hier niet zomaar om de vraag of je überhaupt doorfietst of niet, maar of je ook zou blijven staan als het een persoon betreft die jou -op z’n zachtst gezegd- niet aanstaat. Wellicht zelfs haat. Zoals een -wat zullen we eens zeggen, wie worden er hier in Nederland veel gehaat- een moslimjongere? Een asielzoeker? In elk geval iemand waar je zeker weten voorbij zou fietsen. Wie moet dat hier? Mooi laten leggen, dag hoorrrr. Die redt zich wel. En anders maar niet?
Maar wacht! Hoe gek zou het zijn als de rollen waren omgedraaid, en een moslimjongere jóu van de stoep af schepte. Gaat alles goed? Moet ik iemand bellen? Waar moet je naartoe? Wat allereerst opvalt is dat het niet alleen supersimpele vragen zijn die jou direct zullen helpen -mits je een beeetje aanspreekbaar bent natuurlijk- maar wat vooral opvalt is dat de hele toenadering recht uit het hart komt. “Hé! Jij Mens! Ik zie dat het niet goed met je gaat. Kan ik iets voor je doen?” Recht uit het hart.
Dit Evangelie staat bekend onder de werktitel “de Barmhartige Samaritaan”. Want die Samaritaan was niet zomaar een Samaritaan, maar een “barmhartige”. Barmhartig staat voor ‘barm’ en ‘hart’. Met ‘barm’ bedoelen ze borst, hartstreek – het gaat om iets wat je van binnen voelt, en ‘hart’ staat voor de kern van wie je bent. Het is dus letterlijk: met je hart geraakt worden én vanuit je hart handelen. Niet wegkijken, maar helpen. Dat kan in het klein – met een luisterend oor, een knuffel, een glimlach – maar dat kan ook in het groot. Door vrije tijd, energie of middelen te steken in je medemens. Zonder bijbedoelingen.
Barmhartigheid is eigenlijk een houding. Een manier van kijken naar de wereld. Niet vanuit oordeel, maar vanuit mededogen. De moslim-jongere uit mijn voorbeeld denkt niet: Wat zou ik ervan vinden als ik die ander was? Hij denkt niet: Wat zou jij daar, halfgaar op de stoep gelegen, ervan vinden, als een moslim-jongere als hij, bij jou neer zou knielen.
Maar puur: Wat heeft die ander NU van mij nodig?
Hij ziet jou als een mens. Niet als een katholiek. Niet als “anders”. Als iemand van een andere groep. Hij ziet daar een mens en voelt zich aangesproken om te handelen.
Zonder omweg, zonder oordeel.
Het is liefde in actie.
Klinkt zoetsappig, niet? Een beetje te mooi om waar te zijn. Maar hé, dat is het ook! Toch voel je aan alles, dat de Samaritaan hier het werk van God uitvoert. Dit is natuurlijk hoe het heurt. Maar wat ís dat moeilijk, in de waan van alledag. Druk druk druk, in onze eigen bubbeltjes. Het leven is immers al ingewikkeld genoeg. Terwijl het toch zo’n verschil maakt! Niet alleen voor De Ander, maar ook voor jezelf. Je voelt je hart letterlijk open klappen zodra je De Ander de hand reikt. Al is het maar om iets futiels. Zomaar een complimentje over een goed shirt, of de groet aan een wildvreemde. Een praatje met zomaar een bejaarde – zoals onlangs nog, sprak m’n WoCo collega na het theeschenken in het Rigtershof met een oude man. Heel relaas. Had ze helemaal geen tijd voor, maar toch ze bleef staan. Aanstalten makend om weg te gaan. Na 10 minuten concludeerde de man zijn relaas met een dikke dankjewel.
Hij hoort wat slecht, dus het kost moeite om met ‘m te praten. Hij had dan ook steeds minder aanspraak. En zo verdween hij langzaam uit de kring. In die luttele 10 minuten trok m’n collega hem weer tevoorschijn. Daar gaat je hart toch van gloeien!
Ook eens proberen?
Wat dacht je van die gast die altijd alleen zit in de pauze, je hoeft niet meteen bij ‘m te gaan zitten, maar groet ‘m eens. Laat blijken dat je ‘m ziet! Of een vrouw die haar pinpas is vergeten in de supermarkt, en dat jij dat pak melk wel even voor haar afrekent. Of dat stille meisje van je werk die door niemand uitgenodigd wordt, maar wel door jou. Of dat moment dat je door de verkaveling sjeest in je warme bolide, terwijl een Pool in zijn eentje met volle boodschappentassen door de stromende regen sjouwt.
Dat vergt misschien een beetje moed, ik geef het toe, maar kun je je voorstellen wat die handreiking met De Ander doet? Wat zou het met jou doen? Als jij het was die daar liep?
Het hoeft allemaal niet groots. Het leven is echt niet zo ingewikkeld. We moeten het alleen wat meer samen doen. Het klinkt wat gezapig maar zo bouwen we aan een samenleving waarin het voor iedereen goed verpozen is. En als het voor iedereen goed verpozen is, dan is het ook voor jou goed verpozen. Die Samaritaan van vanavond herinnert ons eraan dat menselijkheid nooit toevallig is. Het is een keuze. Steeds weer. Op straat. In de klas. Online. In Gaza. In Israël. In Nederland. In jezelf.
Dus laten we die roze olifant de kerk uitvegen en de bekrompenheid met hem. En de kerk vullen met vertrouwen en medemenselijkheid. Ik kan je verzekeren, als jij je hart wat vaker opent, gaat ie vanzelf meer gloeien. En wat je geeft- krijg je terug. Dat beloof ik je.
Amen.
(geschreven bij het evangelie over de Barmhartige Samaritaan, voorgedragen tijdens een Gebedsviering van Jongerenkoor JoKo op 12 juli 2025)