Van wie ben jij d’r ientje? (met vid.)

“Van wie ben jij d’r ientje?” Het is een uitspraak die ons hier welbekend in de oren klinkt. En het is over het algemeen kraakhelder wat het juiste antwoord is. En of je er nu ientje van Bakker bent of van Boon, je kunt erop rekenen dat je antwoord zorgt voor enig radarwerk in het hoofd van de ontvanger. Boan? Van over de brug? Gevolgd door een paar feitjes, connecties met de toehoorder (ik heb nog met je vader in de klas gezeten! Of zuks) en tot slot een instemmende knik om weer over te gaan tot de orde van de dag.

Nee, dan Jezus. “Noh jong, van wie ben jij d’r ientje?” Nou, dát weten we wel! Jezus was d’r ien van Timmerman. Een pittige knul, die in de leer was bij z’n pa. Althans, tot z’n 30e verjaardag. Toen was het inene over met het betere ambachtswerk. Toen werd ie prompt geüpgraded tot de Zoon van God.

Het zal je vader zijn! God. Nou dat was me er ientje. Hier, ik schenk je een leven, wat ga je er mee doen? Mijn vader wist het wel, die kant op, naar school. Beetje je best doen. Je gedeisd houden. Maak er wat van! Dus dat deed ik dan maar. En Jezus? Die moest ook een beetje z’n best doen. Op z’n zachtst gezegd. En dat met zo’n abstracte vader in de hemel. Geen bedtijdritueeltjes. Geen kadootjes op z’n verjaardag. Nooit samen uit vissen. Jozef was vast een hele goeie surrogaat-papa, maar die pa waar ie alles van moest hebben..

Inmiddels weten we dat de appel niet ver van de boom is gevallen. Voordat Jezus kwam probeerde God ons al jaren, wat zeg ik, eeuwen duidelijk te maken hoe we moesten leven. Hoe het zou werken voor eenieder, dit aardse bestaan. Om het een beetje leuk te houden met elkaar. Maar al die wetten en rituelen, en een waarschuwing van een profeet zo nu en dan: Ze beklijfden niet. Om de haverklap maakten we dezelfde fouten. Sneden we onszelf weer in de vingers.

Dat moest anders. Dus die marketingmachine daarboven sloeg aan het ratelen. Hoe kan ik dat gepeupel tot inkeer brengen? Laten voelen hoe het heurt? Waar het eigenlijk om gaat?

En EUREKA! Ineens had ie ‘t.

Mensen moeten zich kunnen identificeren met iemand. Een voorbeeld. Iemand die de way of life voorleeft. Geen abstracte God op een donderwolk, maar een mens als hen. Onder hen.

Dus daar kwam ie. Of nee sterker nog: daar kwamen ze. Eerst Johannes de Doper. Slechts een half jaar ouder dan Jezus maar een profeet die de mensen al een poosje lekker maakte met de boodschap dat er iemand zou komen die “nog groter was dan hij”. En toen was daar Jezus zelf.

Jezus. De zoon van.

Dat moet een gekke verschijning zijn geweest. Vooral, omdat al wat hij deed en zei zo anders was dan de mensen tot dan toe gewend waren van profeten. Profeten van de oude stempel hielden vooral afstand, bleven ver van de mensen en predikten van hogeraf over gehoorzaamheid. “Zo spreekt de Heer!”, we kennen het zinnetje hier allemaal.

Nee, dan Jezus. Hij ging juist naar de mensen toe. Álle mensen. Jong en oud, man en vrouw, armen en zelfs zieken. Hij was een van hen, en sprak niet namens God maar had een direct lijntje. Hij zei geen “Zo spreekt de Heer”, maar “Ik zeg jullie”. We lezen het dikwijls terug in de evangeliën. “Ik zeg jullie, dit is hoe het zit, dit is waar het om gaat. Zus is rechtvaardigheid. Zo zou je moeten leven.”

Eén onder de mensen dus. Grappig, hoe wijzelf tegenwoordig juist onze stinkende best doen om juist niet één van allen te zijn. Wat dat betreft zijn we weer helemaal terug bij af. Schriftgeleerden die boven ons uit torenen en precies weten hoe ze het geloof tot ons moeten brengen. Door nog meer rituelen, keurslijfjes en moeten moeten moeten. Maar ook wijzelf kunnen er wat van. Wij individuutjes. We snappen het leven heel goed. En we voelen ons goed. Nou, dan is het leven toch goed? Wat moet Jezus daar dan nog bij te miepen? Ik hoor wat ie zegt. Dank je wel hoor. En dan nu weer over tot de orde van dag.

Maar ja jongens, is dat nou genoeg? Is dat waarom Gods Woord mens moest worden? Zodat jij ongestoord over kunt gaan tot de orde van de dag? Een passief aanwezig zijn, ja-knikken en je een beetje gedeisd houden? (ja papa).

Je voelt ‘m al: Nee. Natuurlijk niet. Dit. Is. Niet Genoeg. Want niemand kwaad doen is iets anders dan liefhebben. Niemand tot last zijn is iets anders dan er zijn voor een ander. Het gaat er niet om dat je jezelf overeind houdt, het gaat erom dat we elkaar overeind houden. Zelfs als dat schuurt. Misschien wel juist als het schuurt! Want we zijn tegenwoordig zo angstvallig in onze eigen bubbeltjes aan het kruipen, om die lieve vrede maar te bewaren. Maar wie een beetje oplet zie wat daar van komt: figuren die schaamteloos meer ruimte innemen. Ruimte die hen is gegeven, omdat geen mens de moeite nam om op te staan. Op te staan zoals dat dappere volk in Iran. Het zijn mensen die gerust wel weten dat zwijgen veiliger, maar zich toch uitspreken. Tóch opkomen voor het grotere geheel.

Maar het zit ‘m niet alleen in revoluties en wereldnieuws. Ook wij mogen die bubbel gerust eens wat vaker uit komen. Ons uitspreken. Het is dikwijls zo heerlijk veilig om dat niet te doen, want waarom zou je ook! Wat heeft het voor nut? Alsof je iemand 360 graden van mening kunt doen veranderen? Nee, dat kan ook helemaal niet. Hoef je ook helemaal niet te ambiëren. Maar wat je daar wél mee doet, is laten zien waar jij voor staat. Het andere standpunt een gezicht geven. De mens achter het andere standpunt laten zien. En 360 graden is veel hè. Al draaien jullie beide maar een graad of 60: jullie draaien naar elkaar toe. Hoe het ook zij: Het maakt de wereld een stuk minder zwart wit en een stuk inclusiever dan twee verzwegen uitersten.

De liefde is geen zacht kussentje om op te landen. De liefde waar Jezus het over heeft, schuurt. Komt akelig dichtbij. Blijft staan waar je misschien liever was doorgelopen. En dat is misschien wel precies waarom hij geen profeet op afstand was. Geen stem van hogeraf, maar een mens tussen de mensen. Omdat liefde alleen werkt waar nabijheid wordt verdragen.

Hij was één onder de mensen. Niet om ons gerust te stellen. Maar om ons wakker te schudden. Opdat we niet langs elkaar heen leven, maar met elkaar.

Amen

(geschreven bij het Evangelie volgens Johannes 1, 29-34 uitgesproken in de Sint Martinus Parochie op 18 januari 2026 in Bovenkarspel.)

Comments (

0

)