Ik zal je tijdlijn eens bevuilen met pure menscreatie!
Hè gatverdamme. Rechtstreeks uit een mensenhoofd? Smerig!
Men (men?) moet daar weinig van weten. Naar het schijnt. Want “Waarom zou je anno 2026 in Godesnaam een schrijfzaak starten als AI-” Nou ja, iedereen kan nu schrijven! Hersenspinsels het scherm op toveren. Leesbaar maken. Begrijpelijk. Aannemelijk zelfs.
Of nou ja, soort van dan. Ikzelf dacht ook niet dat ik er gevoelig voor zou zijn. AI-brouwsels. Dat ik “ze” nooit zou herkennen. Maar inmiddels kan ik het niet meer ontkennen. Ook ik val in slaap.
Ken je dat gevoel? Dat je een boek leest (lang geleden, telt ook) en dat je de aandacht er maar niet bij kan houden? Je ogen wel woorden waarnemen maar dat ze niet tot je doordringen?
Exact dat gevoel overkomt mij steeds vaker. En ik begin mezelf ervan te verdenken dat mijn geest wegkwijnt bij het waarnemen van door AI-geproduceerde woordenbrij. Zo schoon!
Klinisch. Opgeruimd. En toch staan ze er met zovelen. Die woorden. Opgetrommeld, in het gelid. Maar ze beklijven niet! Ze staan daar maar een beetje te staan.
Nee, dan liever wat vuiligheid. Het mag best een beetje smerig zijn. Schuren. Stoot je teen. Blijf wakker. Lees! En denk na. Godverdomme denk na. Woorden moeten je hersenen laten spinnen. Kietelen, minstens. Anders staan ze daar godvergeten stof te vangen. Ruimte in te nemen op niets af. Of erger nog: tijd te verdoen. Nog smeriger!! (superlatieven, dubbele uitroeptekens, dirt, anglicismen (nóg erger!))
Dus laat dat nou maar aan mij over, dat zwart op wit. Tijd is immers al schaars genoeg.
Lucky for you toog ik onlangs, ondanks dat gemor van links en rechts, naar de KvK voor een heus KvK-nummertje. Tegengeluid. Hoor je n’m? De dienstdoende Jan wilde er wel even een plaatje van schieten. De schat.
Deze blogpost verscheen voor het eerst op 4 februari 2026 op LinkedIn.
