Met een besmuikte glimlach om m’n lippen fiets ik dezer weken door de straten.
Want parampampampammm: De weken van de open deuren zijn weer geopend! We worden weer heerlijk om de oren geslagen met partij-lokkertjes.
Neem nou ons CDA: Voor een bruisend centrum. Ik hou helemaal niet van bruisende centra. Dat wordt geen rood bolletje dus. Gemiste kans.
Of onze VVD: Voor een veilig en leefbaar dorp. Wát een lef. Electorale zelfmoord, ik zeg het je. Wie trapt dáár nou in!
D66 dan, die wil dat kinderen veilig op de fiets naar school kunnen. Godallejezus. Watjes worden niet geboren hè maar gemaakt. Hindernissen willen we zien! Zich een-weg-door-de-kluwen-kinderen banende auto’s. Toeters. Valpartijen. Scheldkannonades jaaa!
Gelukkig poneren andere partijen niets in de trant van D66 dus er is hoop.
Ergo: In wezen verschillen veel lokale partijen onderling nauwelijks van elkaar. Dus ja, wat moet je dan zeggen? Waar ga je dan voor staan? Hoe onderscheid je jezelf?
In elk geval niet door het dorp op de tocht te zetten met open deuren. Concrete kwesties willen we zien. Houtsnijwerk. Ambacht.
M’n dochter van 9 gaat later ook een partij oprichten. Ze is er helemaal vol van. De naam staat al vast: AHMW. Alle Hondenpoep Moet Weg. Een klinklare one-issuepartij. Dat is nog eens positioneren!
Of hoewel. Hoe zouden de andere partijen hierover denken? Hmm.
—
Deze blogpost verscheen voor het eerst op 12 maart 2026 op LinkedIn.
